Een voordeel
De ontvanger verkrijgt een voordeel.
- Subsidies, giften of niet-marktconforme leningen
- Waarborgen, vrijstellingen of gratis advies
- Gunsttarieven of belastingvoordeel
Concrete voorbeelden van staatssteunvraagstukken bij lokale besturen.
Op deze pagina bundelen we praktijkcases waarin staatssteun een rol speelt bij gemeenten, steden en OCMW's. Telkens tonen we hoe de vijf staatssteuncriteria in de praktijk worden toegepast op een concrete situatie.
Waarom de organisatie van een wielerwedstrijd al snel een staatssteunvraagstuk wordt.
Foto: Markus Spiske / Unsplash
Het voorjaar komt eraan en veel steden en gemeenten grijpen wielerwedstrijden aan als citymarketing. Voor renners en supporters is dat een mooi moment op de kalender, voor het lokaal bestuur is het vooral belangrijk om daarbij ook de juiste staatssteunreflex te hanteren.
Staatssteun is Europese regelgeving die ervoor zorgt dat subsidies van overheden aan bedrijven de markt niet verstoren. Staatssteun is in principe verboden: een stad mag niet zomaar één partij een voordeel geven ten opzichte van haar concurrenten. Steun voor een economische activiteit is hier alvast aan de orde, het organiseren van wielerwedstrijden is intussen big business geworden.
In deze context is aan 4 van de 5 staatssteuncriteria voldaan. Pas wanneer aan alle 5 criteria cumulatief voldaan is, is er sprake van staatssteun. De procedure die de stad volgt om steun te geven aan organisatoren van wedstrijden bepaalt dus mee of dit een netelige staatssteunkwestie wordt. Een eenvoudige subsidie- of samenwerkingsovereenkomst volstaat niet, de procedure moet aantonen dat er geen sprake was van selectiviteit.
Waarom de manier waarop je kinderopvang ondersteunt bepaalt of er staatssteun in het spel is.
Foto: Matiinu Ramadhan / Unsplash
Gemeenten en OCMW's ondersteunen kinderopvang op uiteenlopende manieren: rechtstreekse subsidies aan opvanginitiatieven, infrastructuursteun voor kinderdagverblijven of een verlaagde huurprijs voor lokalen. Voor ouders en organisatoren is dat een welkome steun, voor het lokaal bestuur is het vooral belangrijk om vooraf na te gaan of die steun neutraal wordt toegekend.
Het criterium dat hier het meest bepalend is, is economische activiteit. Kinderopvang die volledig geïntegreerd is in het onderwijssysteem en enkel door de overheid wordt georganiseerd en gefinancierd, wordt doorgaans niet als economische activiteit beschouwd. Zodra een lokaal bestuur echter ook private of commerciële initiatieven ondersteunt die op dezelfde markt actief zijn als andere kinderdagverblijven, is er wel sprake van een economische activiteit in de zin van het staatssteunrecht.
Net daarom wordt kinderopvang soms formeel aangewezen als dienst van algemeen economisch belang, één van de oplossingen die achteraf mogelijk is. Dat is een aparte piste, los van de vaststelling of er hier al dan niet staatssteun is. Pas wanneer aan alle 5 criteria cumulatief voldaan is, is er sprake van staatssteun.
De criteria die we in elke praktijkcase toetsen.
De ontvanger verkrijgt een voordeel.
De steun wordt door staatsmiddelen bekostigd.
De steun wordt verleend voor een economische activiteit.
De maatregel is selectief.
De maatregel verstoort de mededinging en kan het handelsverkeer tussen lidstaten ongunstig beïnvloeden.
Pas wanneer cumulatief aan alle 5 criteria voldaan is, is er sprake van staatssteun. Volledige uitleg bij elk criterium vind je op Wat is staatssteun?
We zoeken een oplossing op maat.
Leg het voor, we bekijken het samen.
Contacteer ons →